Alles cloud based, ook de lunch

DOOR Marcel van Roosmalen | nrc.next 4 mei Werk & Geld
Marcel van Roosmalen bezoekt een seminar bij IT-bedrijf Sogyo.
 
Het hoofdkantoor van IT-bedrijf Sogyo was een verbouwde boerderij in De Bilt. Een deel van het personeel kwam in de avonduren bij elkaar voor een seminar: ‘DCI, een nieuw paradigma. Kan 00 de prullenbak in? Kom het horen of bestrijden.’

Commercieel directeur Edwin van Dillen zei dat er bij Sogyo allemaal nerds werkten. Dat klopte. Ik stond wat ongemakkelijk tussen een groepje IT’ers, die me aanstaarden.
„Wat doe jij hier?”, vroeg er een terwijl hij in een broodje hapte. Ik zei dat ik bij een krant werkte.
„Van papier?”, vroeg hij.
Hij wist niet dat zoiets bestond.

HR-manager Mirjam Boer bracht een kom tomatensoep.

Edwin van Dillen stelde voor om een stuk te gaan wandelen, hij had veel te vertellen. Na een tocht van ruim twee kilometer bereikten we een grasveld. In het midden stond een boom met een Chinese naam.

Hij liep naar de boom en omarmde de stam.
„Wat een dikke stam, hè?!”
Ja, het was een dikke stam.
„Wil je ook even?”, vroeg hij.

Er schoot van alles door me heen. Wat deed ik met deze Edwin in een bos en hoe gek was hij eigenlijk?
Edwin zei dat de stam van de boom zo dik was, omdat de grond hier zo vruchtbaar was. En op dezelfde grond stond nu zijn bedrijf!

Op de terugweg behandelde Edwin de bedrijfsnaam.
Sogyo, had ik enig idee wat het betekende?
Nee. Dat dacht hij al.

Kende ik het boek The Third Wave van Samuel Huntington? Niet? Dan vatte hij het even samen. We waren bijna terug bij de Sogyo-boerderij toen hij aan het eind van zijn betoog kwam. „Wat ik al aankaartte: Japanse bedrijven zien zichzelf als een levend organisme. Sogyo is het momentum waarop een organisatie zichzelf herontdekt. Ik vond dat treffend.”

Human resource manager Mirjam Boer zat wijdbeens op een houten tafel in het zonnetje.
„Ik lever hem aan jou over, Mirjam”, zei Edwin. „Misschien kun je hem wat vertellen over ons personeelsbeleid?”
Tegen mij: „Vraag haar maar de oren van het lijf, dat is ze gewend.”

Mirjam zei dat bedrijven steeds meer op zoek waren naar nerds die op een normale manier konden communiceren.
„Daar zit er een”, wees ze. „Hem vroeg ik in een sollicitatiegesprek of hij iets positiefs over zichzelf kon vertellen. Dat kon hij niet.”
Ik keek naar de nerd in kwestie, hij kleurde en wekte niet de indruk dat hij het leuk vond dat het hele gebeuren weer werd opgerakeld.
„En toen stelde jij voor om je moeder te bellen”, zei Mirjam tegen de nerd. „Heel indrukwekkend.”

„Wat zei je moeder?”, vroeg ik.
„Gewoon”, zei de nerd.
„Ja, wat zeggen moeders?”, zei Mirjam. „Wat alle moeders zeggen: dat het een lieverd is. We hebben hem meteen gecontracteerd.”

Het ging beginnen.

Edwin wees in het klaslokaal naar een grijzende man in een verwassen T-shirt. Het was Rob Vens, ‘een absolute programmeergoeroe’, die bij discussies als deze altijd ‘wat in de melk te brokkelen had’. „Hij heeft op een blogpost een vergelijking getrokken tussen computers en oersoep. Dan ben je er eentje hoor… hahaha.”
Ja hahaha, maar snappen deed ik het niet.

„Het gaat om de ingrediënten”, legde Edwin uit. „Wat heb jij juist op? Tomatensoep toch? Dat smaakt niet zonder tomaat, dat soort dingen legt Rob genadeloos bloot.”

Cursusleider Pedro Rodrigues kwam uit Portugal en had een zwarte baard, het was het enige wat ik noteerde. We gingen meteen de diepte in, zo diep was ik nog nooit geweest.
Pedro tekende rondjes op een flip-over.
„DCI is simpel. En dan roep je die aan, en dan komt-ie hier terug. Jij hoeft niet na te denken, hij denkt.”

Rob Vens zat te wippen op z’n stoel.
Hij ging er, tot grote hilariteit van de nerds, meteen vol in.

„Als je die aanroept, heb je het object toch hier zitten? Of niet dan? Je kunt het stukje code hier schrappen, dan roep ik dit object aan en dan komt hij hier terug.”

Pedro: „Je laat de usecase dus los.”
Rob: „Dat kunnen objecten toch ooo-ook.”
Tot zover, dit was voor niemand leuk.
Terug naar de plek waar we soep hadden gegeten.

Edwin begon meteen weer tegen me aan te praten. Of ik gesnapt had dat ze de opdracht hadden gekregen om een nieuwe code te schrijven voor Mancala, een Afrikaans spel, ook wel bekend als ‘kuiltje kiezen’.

Mirjam vulde bakjes met snoep. Suiker, dat vonden Sogyo-medewerkers lekker op workshopdagen. Ik ook, ik vrat een hele bak leeg, want directeur Edwin bleef maar lullen. Zijn jongens hadden een speciale applicatie geschreven voor de boodschappen voor de lunch, helemaal cloud based. Ze hielden van spelletjes, hij kon er twee aanwijzen die al zeventien jaar met elkaar in een fantasycardgame waren verwikkeld. En als ik meer wilde weten over de Chinese boom of over de code die ze op de muur van het toilet hadden geschreven moest ik Rob Vens maar even aanspreken.

In de pauze sprak ik Raymond, een programmeur bij Sogyo. Hij zei: „De universele vraag is: moet ik hier wel zijn?”

Schrijver Marcel van Roosmalen neemt wekelijks een kijkje op de werkvloer. Wil je Marcel op bezoek? werk@nrc.nl

 

 


Commercieel directeur Edwin van Dillen zei dat er bij Sogyo allemaal nerds werkten. Dat klopte.
Foto Jan-Dirk van der Burg

 

Reageer

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers op de volgende wijze: